Molenaars en bomen

Dat molenaars een hekel aan bomen hebben, zou ik niet durven beweren. Maar ze houden er ook niet van. En toch doen ze het regelmatig. Tja.

Laat me eens kijken waar het om draait. Ja, om de bovenas natuurlijk, haha, maar dat bedoel ik niet. Ik bedoel de strijd om de wind. Hoewel bomen geen invloed op de wind hebben, hebben ze dat voor de molen wel. Als ze te dicht in de buurt staan. En groot zijn. Ze doen het niet om te pesten ofzo, dat snapt de molenaar ook wel, maar hij vindt iedere uit de kluiten gewassen groenvoorziening een reusachtige sta in de weg. Regelmatig worden vanaf de stelling beschuldigende vingers uitgestoken en vonnissen geveld. (Eén boom is er zo depressief van geworden dat hij er bijna aan onderdoor is gegaan. Maar hij staat nog rechtop. En die voor de deur hangt er helemaal treurig bij.) Nee, de molenaar kijkt niet of bomen te knuffelen vallen, wat hem betreft mogen ze wég!

Toch heeft de molen heel veel aan bomen te danken. Aan dode bomen vooral. Het grootste gedeelte van de oude techniek is in hout uitgevoerd. Na driehonderd jaar nog fier overeind en in werking, wat een oerdegelijke kracht. Allerlei soorten bomen hebben de molen hun diensten bewezen. Eiken zijn favoriet, die zijn sterk en kunnen veel dragen, geschikt voor zware toepassingen zoals balken en wielen. Maar we komen ook iepen tegen, en essen en dennen worden ook gebruikt. Als een molenaar naar een wilg kijkt, ziet hij mooi gebogen vanghout staan. Tenzij er populieren in de buurt zijn want die vangen erg goed. Wind dan. En zo zijn er nog wel wat soorten die voor speciale klussen ingezet worden vanwege hun specifieke kwaliteiten.

Wat ook zo prachtig is, al het verschillende hout van die bomen geeft de molen een heel eigen stem. Alle draaiende onderdelen die elkaar raken zingen een krakende harmonie. Als er een goed lied klinkt, is de molenaar tevreden. Dus wie zegt dat de molenaar niet van bomen houdt? Welnee, reuze geschikte types juist.

En ja, dan dat bomen… Voor zover ik molenaars heb meegemaakt, hebben ze het altijd over molens. En zo niet over hun eigen molen, dan wel over andere. Ik vermoed dat het een tic is. Een variatie op ‘malende’ zijn. En kennelijk valt er heel veel over molens te zeggen, zowel in het algemeen, maar vooral natuurlijk in het bijzonder, want ze zijn zelden stil. Dat hoort gewoon bij de molen. Als een soort samenzang.

Maar serieuze zorgen heeft de molenaar over de ruimte rond de molen. Als die vol staat, met gebouwen of hoge bomen, kan hij wel opdoeken in plaats van opzeilen. Geen wind, geen molen. Als hij niet kan draaien raakt hij langzaam in verval. Het houtwerk gaat verzakken en dat is het begin van het einde. De vraag is, willen we dat? Nee toch?

Dus. Hoe houden we het omringende gebied molenvriendelijk? Er een boom over opzetten dan maar? Of meteen kappen? Wie bezwaar heeft mag de molen de wind van voren geven. Graag zelfs.

 

De knecht van molen De Speelman te Overschie