Steenzolder


 

U ziet hier twee rond houten kisten, wat zou daar binnenin gebeuren?

Malen van graan gaat tussen twee ronde stenen. De onderste steen (de ligger) ligt stil en de bovenliggende steen (de loper) draait. De twee paar stenen zitten in twee ronde houten steen kuipen. Boven de steenkuip bevindt zich de trechtervormige ‘kaar’, waarin het graan opgeslagen ligt. Graan uit de kaar loopt via de schuddebak langzaam in het gat midden in de loper. Door de draaiende beweging en de vorm van de groeven in het maal-vlak wordt het graan naar buiten geslingerd en gemalen tot meel.  Dankzij de kuip zweeft het gemalen meel niet rond maar is ze in de kuip gevangen en een meeneem flapje, de jager, schuift de gemalen meel in de meelpijp naar de maalzolder.

Bediening van de schuddebak (de hoeveelheid graan tussen de stenen) en de ruimte tussen de stenen (fijnheid van het meel) loopt via twee touwtjes naar de maalzolder.

Boven in deze zolder zie je een groot wiel het spoorwiel. Als de wieken draaien, dan draait ook dit spoorwiel.

Bij de linker steenkuip zit in het midden een dikke boom de steenspil. Boven in deze steenspil zie je een rondsel met staven met de zelfde afstand als de kammen van het spoorwiel. Als de molen stil staat kan je deze in elkaar laten grijpen. Zo draait de linker steen direct aangedreven door de wieken om te malen. De rechter steen is aangedreven door een elektromotor, want zonder stabiele wind willen we hier ook graan kunnen malen.

Midden tussen de beide maalkuipen is de steenkraan te zien. Met deze kraan kan de molenaar de loper, van ruim 1500 kilo, omhoog tillen voor onderhoud. Door het malen worden de stenen langzaam glad en moet de molenaar de groeven weer wat dieper uithakken. Deze klus heet ‘billen’. Dit billen is een nauwkeurig karwei waar je veel geduld voor moet hebben.

U kunt nu door naar de volgende zolder. Let hier op uw hoofd!